Voor diegenen die het filmpje nog niet gezien hebben: google “3-year old Jonathan Beethoven
4th” en je ziet een filmpje van een peuter die Beethoven staat te dirigeren in de huiskamer.
Ik vermoed dat een aantal mensen griezelt bij het zien ervan, omdat we allemaal weten dat
over de hele wereld kinderen gedrild worden om de droom van hun ouders te verwezenlijken.
Het enige wat ik dacht toen ik het filmpje zag: het is duidelijk dat dat jongetje musicus wordt,
en naar alle waarschijnlijkheid dirigent. Wat die muziek met zijn lijf doet, de intensiteit
waarmee hij het beleeft – daar is niets geen drillen aan. Dat is zijn natuur.
Nou ben ik niet bepaald dirigent geworden maar zelfs zonder dat er een piano in huis stond
wist ik dat ik piano wou spelen. En toen ik van het bestaan van een conservatorium hoorde,
was het duidelijk dat ik daar naar toe wilde. En ook nu, al jaren in de beroepspraktijk, zijn er
maar weinig dingen die met het vak te maken hebben die mij tegenstaan. Eerlijkgezegd: maar
één ding. Dat is het verkopen van mijn eigen voorstelling. Niet dat het “bah niet leuk” is.
Het is gewoon beremoeilijk om iets wat zo uit je zelf komt aan de man te brengen. En daarom
kost het waanzinnig veel energie.
Maar: inderdaad, al het overige vind ik bijzonder leuk. Het voorbereiden van een optreden
met alle discipline van dien. Het optreden zelf, met alle adrenaline van dien. Het lesgeven;
lospeuteren bij iemand wat zijn of haar drijfveren zijn voor het muziekmaken en helpen
richting en kennis te geven bij het ontwikkelen.
Vorige week kwamen er twee leerlingen stukken voor 2 piano’s oefenen op mijn vleugel
en piano. Ondertussen ging ik logeerhond Boema uitlaten en kwam na 1,5 uur terug. Toen
de meiden hun jas aantrokken zei één van hen: “Hoe moet dat nu straks, na ons eindexamen,
als we gaan studeren?? Dan wordt pianospelen nooit meer zo leuk als nu?!….” Dat zijn
gouden momenten, waarop ik blij ben met zoveel leuke, lieve en creatieve mensen te
kunnen samenwerken.
Ik geniet van de repetities met mijn mannenkoortje in Deventer. Als een stel uitgelaten
pubers (sorry, mannen) hollen ze met ontzettend veel humor en regelmatig de slappe
lach door de avond heen. En: ondertussen wordt er flink gewerkt. Erg prettige balans!
Met Maarten, de klarinettist heb ik weer een paar concerten gegeven en de reacties van
het publiek zijn helemaal fijn. Toen we in Harderwijk, in de Catharinakapel “Hallelujah”
(ja, dat hele bekende liedje) als toegift speelden, zag ik tijdens het applaus (ovatie!) dat
meerdere mensen de tranen in hun ogen hadden. Gewoon, door een paar nootjes te
spelen.
Samenvallen met je werk, dat maakt niet iedereen mee. Ik spreek uit ervaring:
het is erg prettig.


